Bewustzijn wil zeggen dat de mens zich bewust is van de

dingen die hij doet of zegt of die om hem heen gebeuren.

Wanneer een mens bijv. slaapt is hij zich hier niet bewust van. 


                                  

Een baby is zich in het begin nog niet bewust van zijn omgeving. Stapje voor stapje nemen we waar hoe hij/zij zich ontwikkelt en steeds meer van de omgeving gaat waarnemen. Na een aantal weken begint het contact met de ouders en later met de omgeving te ontstaan. Het kindje gaat bewegen en geluidjes maken. Het bewegen is eerst ongecontroleerd en langzaam maar zeker kan het dingen pakken en zich voortbewegen. Zo ook met de geluidjes die van gebrabbel langzaam overgaan in woordjes. Na verloop van tijd beginnen de woordjes zinnetjes te worden en breekt de fase aan waarin het met wedervragen komt, de bekende waaromfase.

                                                                       

Het voorbeeld van de baby geeft een klein onderdeel weer van de ontwikkeling die een mens in een leven doormaakt om tot volwassenheid te komen. Ook in de volwassenheid volgen er nog vele fasen.

 

Deze mens komt op een gegeven moment ook in de waaromfase terecht. 

                   Wie ben ik?                           Waarom ben ik hier op aarde?            Wat is het doel dat ik hier ben?

Dit is de eerste stap naar een groter bewustzijn. Op het moment dat een mens zich bewust wordt van deze vragen, heeft hij al vele stoffelijke levens doorlopen. In deze levens zijn ervaringen opgedaan die in het ‘wezen’ van de mens zijn opgeslagen. Veelal zal de mens niet spreken over het wezen, maar gebruikt hij het woord ‘ziel’. De drive die een mens voelt om op deze vragen een antwoord te vinden, komt voort uit het wezen dat een groter bewustzijn wil krijgen. Tijdens de periode tussen twee stoffelijke levens in verblijft het wezen weer in de Wereld van de Wijsheid waarin hij ervaart dat hij nog niet deelgenoot kan zijn van al wat is. Daardoor voelt het wezen de drang om verder te leren en keert hij terug naar deze planeet.Het wezen daalt namelijk steeds opnieuw in een mensenlichaam. Dat betekent dus, dat het niet gaat om wie u uiterlijk bent, maar om wie u in wezen bent.

 

 

Wanneer zwangere vrouwen vertellen dat ze ‘leven’ voelen, is er een wezen ingedaald, dat deze omgeving heeft uitgekozen om verder te kunnen leren. 

Wanneer een mens ‘wakker’ geworden is en zich bovengenoemde vragen gaat stellen is hij aan het begin van de ‘blauwe trilling’ gekomen. De mens die aan het begin van de ‘blauwe trilling’ is gekomen, heeft de ‘oranje, gele en groene trilling’ al doorlopen in vorige levens, te vergelijken met de onbewust fasen van een baby.

 

De trillingen in de verschillende kleuren corresponderen met de chakra’s.

Wanneer u geïnteresseerd bent in de kleuren en hun bijbehorende bewustzijnsfasen verwijzen wij u naar www.chakrakleuren.nl waar dit uitvoerig word beschreven.

Om tot volbewustzijn te komen is het nodig om alle kleurtrillingen van de chakra’s te hebben doorlopen en de lessen die daaraan gekoppeld zijn, te hebben doorzien. Het onderweg zijn naar volbewustzijn neemt vele levens in beslag,  afhankelijk van het feit of een mens zijn lessen wil leren, die zijn wezen heeft meegenomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het wezen dat steeds opnieuw zijn lessen leert zal langzaam maar zeker een grotere kijk gaan krijgen op het stoffelijk leven, het geestelijk leven, maar vooral op zichzelf. Hij weet wie hij is, weet wat zijn sterke en zwakke eigenschappen zijn en accepteert zichzelf. Pas dan kunnen we spreken over de mens die volbewust is. Dus volbewustzijn betekent dat de mens de geestelijke wereld kent, de stoffelijke wereld kent en hij contact heeft met beide werelden.

 




 

 

Aan de buitenkant is nooit te zien of een mens volbewust is of niet. Deze mens kan rustig een sigaretje met u roken, een visje eten op de markt maar hij is zich constant bewust van de boodschappen die van binnenuit, vanuit zijn wezen, tot hem komen. Deze boodschappen zijn voor hem vele, vele malen belangrijker dan de verwachtingen en de boodschappen die uit de buitenwereld op hem worden afgevuurd.

Hij heeft zijn relaties doorzien en is er niet meer afhankelijk van. Wel vindt hij het fijn om contacten te hebben, maar heeft er een hekel aan om deze contacten te onderhouden, want hij wil zijn eigen grote vrijheid behouden. Een volbewuste staat juist midden in de maatschappij en voelt zich vaak verantwoordelijk voor het heil van de mensheid. Ook heeft een volbewuste zijn emoties doorzien, hij kan ze nog wel hebben omdat hij in een lichaam zit, maar hij ziet het niet meer als deel van zichzelf en identificeert zich daar niet meer mee.

Aan de buitenkant is niet te zien of iemand volbewust is, maar ga er maar vanuit dat mensen die alleen voor hun taak leven, geen volgelingen, geen status en geen financieel gewin willen, bij de volbewusten horen.

Een volbewuste kan niet anders meer, dan in het hier en nu leven, omdat hij anders het contact kwijtraakt met de impulsen vanuit zijn wezen, dus vanuit de Wereld van de Wijsheid.

 

Nu kunnen we nog een stapje verder gaan. Wanneer een mens de taak IS, is het wezen grenzeloos en wordt hij onderdeel van de AL-KRACHT. De AL-KRACHT is, zoals u het zegt; God. U heeft misschien wel eens in de bijbel gelezen dat Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Daarmee wordt bedoeld: ‘Ik ben de taak en onderdeel van de Wereld van de Wijsheid”.

En dit is het doel waar u allen naar onderweg bent.

 



 

 “Tja, als ik dan een volbewuste ben, word ik dan een engel”?

Nee, bepaald niet! Dan heeft u uzelf geaccepteerd, met alles wat u in u heeft, met uw hele hebben en houden!